









Opdrachtomschrijving
Investering in de Vlaamse jeugdaccomodatie
De komende decennia investeert de Vlaamse overheid in een uitbreiding van het aantal jeugdverblijven in de Vlaamse kunststeden. Brugge is er daar uiteraard één van. Alle projecten van deze aard worden gerealiseerd in het kader van een publieke-private samenwerking (PPS). De overheid investeert in de verwezenlijking van de projecten, en privé-ondernemers zullen instaan voor het dagelijks beheer van de verblijven.
Uitbreiding van De Snuffel
Hoewel er reeds een jeugdherberg is in de Brugse binnenstad (de Snuffel), voldoet deze niet meer aan de gewenste comfort- en veiligheidsnormen. Daarom werd beslist om een nieuwe jeugdherberg op te trekken. Het nieuw jeugdhotel zal een uitbreiding betekenen van het bestaande aanbod aan Brugse jeugdverblijfscentra en zal gebouwd worden volgens hedendaagse comfortnormen. Zo zal elke kamer kunnen beschikken over een eigen sanitair, zal gezorgd worden voor een aantrekkelijk onthaal en zal – bovenal – de typische sfeer van de jeugdherberg in stand gehouden worden: een ontwerp dat uitnodigt tot sociale interactie.
Functioneel programma
Verblijfsaccomodatie
Om tegemoet te komen aan een stijgende vraag naar accomodatie moeten minstens 120 bedden voorzien worden. In een vorige, externe analyse, wordt dit aantal bereikt in kamers van respectievelijk twee, vier en zes personen. Bovendien zullen ook kamers beschikbaar worden gesteld voor mindervalide reizigers. Nevenfuncties zoals restaurant en keuken, administratie, ontspanningsruimtes en onthaal dienen geproportioneerd te worden naar het aantal beschikbare bedden, teneinde alle reizigers van het nodige comfort te kunnen voorzien.
Situatiekader
Het te bebouwen perceel bevindt zich in het gebied tussen Ezelstraat, Jan Boninstraat en Hugo Losschaertstraat. De ligging is ideaal: op wandelafstand (800m) van de Brugse Grote Markt en het Belfort, langs één van de invalswegen tot de binnenstad maar toch rustig van zodra de avond valt.
Primaire doelstellingen
Gevelstudie
Na een eerste grondige historisch gekaderde analyse van het straatbeeld, werd duidelijk dat bij een nieuw ontwerp voornamelijk de nieuwe gevel aan de Ezelstraat een concept vereiste dat perfect geïntegreerd kon worden in de omliggende 17de- eeuwse bebouwing. Aandachtspunten hierbij waren de subtiele,genuanceerde symmetrie en de onderbroken horizontale belijning van de bouwlagen. Aan de Jan Boninstraat en Hugo Losschaertstraat valt voornamelijk de eclectische vermenging van bouwstijlen op. Dit creëert vrijheid voor de ontwerper om verbeelding en vormelijk karakter meer de vrije loop te laten.
Kloostermuur
Een bijzonder opvallend en karaktervol gegeven is de kloostermuur die het perceel aan de oostzijde afbakent. Het lijkt evident om de uitstraling van deze lange hoge muur in acht te nemen tijdens alle stappen van het ontwerpproces; in die zin dat het toekomstig bouwvolume er steeds fysisch onafhankelijk van dient te blijven (om het karakter te vrijwaren) maar er toch op een subtiele en bijna spirituele manier contact mee zoekt.
Vorm en functie
Een metaforisch huisje
In de vormstudie wordt voornamelijk aandacht besteed aan de Brugse stedelijke kenmerken. Het ontwerp wordt opgevat als een metafoor voor het gekend kleinschalig huis-volume; als ware door een kind getekend: twee zijdelingse muren en een zadeldak om bescherming te bieden tegen weer en wind. Het grote bouwvolume aan de Hugo Losschaertstraat vormt een tegengewicht voor de massiviteit van de omliggende religieuze architectuur. Door dat groot volume echter op te splitsen in meerdere deelvolumes, en telkens het ongelijk hellende zadeldak te laten verspringen, wordt verwezen naar het archetypisch en kleinschalig Brugse huis. Zo wordt een beeld opgetrokken van een stedelijke commune, grootschalig in inplanting, maar kleinschalig in perceptie. De monastieke geslotenheid van het toch nog strakke bouwvolume wordt gecombineerd met de seculiere openheid van de inplanting.
Het volume aan de Ezelstraat laat minder vormvrijheid toe, en wordt in zekere zin bepaald door de naburige panden. Het spreekt voor zich dat bestaande nokhoogtes en gevelstructuren gerespecteerd worden om stedelijke coherentie te behouden.
Centrale hub als functie-scheiding
Bij aanvang was het al snel duidelijk dat – door het werken met twee bouwvolumes – een functionele scheiding zich opdrong. Zo zal het volume aan de Ezelstraat voornamelijk privé- of semi-publieke functies huisvesten zoals een conciergewoning, vergaderzalen en ruimte voor administratie. Het volume aan de Losschaertstraat zal de kamers bevatten voor de gasten en ook alle andere lokalen waar ze gebruik van maken, zoals het restaurant, een bar, een internetcorner en de keuken. Op die manier wordt het gebouw in de grootst mogelijke mate gevrijwaard van mogelijk overdadige geluidscirculatie.
Bovendien zal de centraal ingeplante receptie fungeren als hub: alle in- en uitgaande bewegingen passeren er en hij biedt een ruim overzicht over het gelijkvloers. Door geen bijkomende toegangen tot het gebouw te voorzien en door de circulatie in beide volumes centraal te positioneren wordt niet enkel de veiligheid van de gasten gewaarborgd, maar wordt reeds vanuit het concept een voordelige oplossing geboden om te voldoen aan de wettelijke brandveiligheidsvoorschriften.
