De artikelreeks omtrent de invoering van meer IT in de architectuuropleidingen heeft niet enkel de verschillen aangestipt met de semesters die ik doormaak in Graz maar heeft ook enkele gemiste kansen aangestipt, kansen die met relatief weinig middelen ook bijvoorbeeld in Antwerpen zouden ingezet kunnen worden. Alles draagt bij tot een aangenamere werksfeer die bovendien aangepast is aan de huidige normen en mogelijkheden. Een invoering van een ontwerpstudio die zich specifiek bezighoudt met digitale en multimediale technieken, lijkt me dan ook een essentiële toekomstgerichte stap.
Een traditionele visie
Dat digitale technieken meer zijn dan een allesuitsluitende manier om te komen tot een blob-architectuur, is evident. Echter, vele architectuurscholen lijken die stelling nog niet omarmd te hebben en blijven deze technieken aanwenden om beelden te genereren die voortvloeien uit ontwerp-concepten (cf. AutoCad, Rhinoceros, Photoshop). Ik ben echter van mening – en dat is reeds gebleken uit menig artikel – dat de mogelijkheden die ons momenteel geboden worden ook nuttig ingezet kunnen worden in de vormbepaling van architectuur.
Bovendien dient een architectuuropleiding ook niet te allen tijde een traditionele architectuurvisie te hanteren: architectuur is meer dan de bebouwde omgeving, en omvat vele externe invloedsfactoren. Training hoe een programma van eisen geïnterpreteerd dient te worden, is bijgevolg voor mij niet essentieel. Ogen openen, research voeren en niches ontdekken, lijken me dan weer wel essentiële elementen die drastisch kunnen bijdragen aan de kwaliteit van architectuuronderwijs enerzijds en architecturale kwaliteit anderzijds.
Architectuur = Interactie
In die optiek en uitgaande van hetgeen ik in Graz ervaren heb en ook verder zal bestuderen tijdens het onderzoek voor de thesis omtrent parametrische ontwerptechnieken, ben ik van mening dat de invoering van een digitaal- en interactiviteit-georiënteerde ontwerpstudio in menige architectuuropleiding geen slechte zaak zou zijn. Deze zou perfect implementeerbaar kunnen zijn naast studio’s die zich bezighouden met onderwerpen als de omgang met stedelijke karakters, constructieve logica of culturele eigenheid van architectuur. Desondanks zou de klemtoon minder gelegd worden op bouwtechnische aspecten, dan wel op esthetica en belevingswaarde hetgeen bewerkstelligd wordt met behulp van digitale (of actuele) technieken.
In tegenstelling tot andere ontwerpstudio’s die ik ken, is het noodzakelijk om jaarlijks en semesterieel nieuwe opdrachten aan te bieden aan studenten. Niet enkel zorgt dit voor – in het geval van zo’n technologie-gerichte studio niet onbelangrijk – een immer actuele kijk op de mogelijkheden, maar zal dit de begeleidende docenten behoeden voor het vervallen in een zich immer herhalend patroon en met na enkele jaren repetitieve resultaten.
Net als in Graz is concrete assistentie van de begeleiders in zulk een studio essentieel. Samen met de studenten dient er gebrainstormd worden over invalshoeken, visies, begaanbare (en onbegaanbare) paden, en binnen die context dient dan ook gewerkt te worden naar een eindresultaat. Immer wijzigende opdrachten houdt ook het enthousiasme van docenten en begeleiders hoog; in die optiek kan een klimaat gecreëerd worden waarbinnen samen aan projecten gewerkt kan worden. Theoretische en praktische ondersteuning wordt geboden door hen om het praktische werk van studenten aan te vullen en te begeleiden. Een constante wisselwerking tussen kennis en visie wordt op die manier bewerkstelligd, hetgeen zowel studenten als docenten de nodige motivatie bezorgt.
En nu?
Een en ander dient praktisch ingevuld te worden. Waaraan kan gewerkt worden, en in welke mate draagt het bij tot de vorming van een architecturale visie? Eén van de meest essentiele elementen bij zulke ontwerpstudio’s is dat – ondanks de aandacht aan digitale technieken, programmeertaal, computerlogica, etc. – niet iedereen even snel bijbeent. Deze studio’s dienen niet noodzakelijk iedereen aan te spreken, maar behoeven wel iedereen te kunnen huisvesten, met of zonder uitgebreide computerkennis. Uiteraard dient projectwerk dan ook navenant uitgewerkt en beschikbaar gemaakt te worden.
Praktische mogelijkheden in deze richting zijn legio. Enorme materiaalinvesteringen zijn daarbij eveneens in geen geval noodzakelijk om tot mooie en interessante eindresultaten te kunnen komen. Een en ander hangt enkel af van de visie die instituten kunnen vormen naar deze nieuwe wereld toe, en de openheid naar vernieuwing toe. Op dat laatste vlak wringt echter veelal het schoentje.


Plaats een reactie \